Geweten van de IT

Na langer dan drie decennia in de  IT begint het gevoel van verantwoordelijkheid de boventoon te voeren. Voor de meerderheid van ons waren de IT projecten een uitdaging, het blootleggen van gegevens, privacy was gezeur. Nu de privacy op sterven na dood is, is de vraag kunnen wij nog terug? Raam_0.JPG
Neem bijvoorbeeld e-mails. Er komen dagelijks in mijn postvak in zowat 300 e-mails binnen. Gelukkig zijn er filters die ongeveer 2/3 van de spam berichten tegenhouden. Van de laatste 100 berichten zijn er vaak niet meer dan 10 die relevante informatie bevatten. Het dagelijkse ritueel van opruimen van ongewenste berichten kost tijd. Door het niet respecteren van privacy legt het internet beslag op kostbare tijd.
Ik las dat Google uitgerekend heeft dat voor iedere zoekopdracht evenveel energie wordt gebruikt als het aan de kook brengen van een ketel water. Wij hebben een monster gecreëerd die meer energie slurpt dan de hele luchtvaart.
De banken, verzekeringen en belastingen weten alles van ons digitale bestaan. Men heeft geen invloed meer over de informatie die hem of haar levenslang blijft volgen. Bestaat er nog zoiets als privacy?
De IT sector zou een erecode moeten gaan hanteren. Deze code geeft het recht om werk te weigeren als men schending van de privacy constateert. Deze rechten moeten onderdeel van CAO’s worden en wettelijk worden geregeld, ook voor de outsourcing.
Om inhoud te geven aan onze digitale privacy zou men moeten beginnen met een definitie van privacy niveaus. Ieder bedrijf, instelling en overheid zouden een certificering in deze gradatie moeten ondergaan. Aan deze gradatie zijn vragenlijsten gekoppeld. De vragenlijsten moeten inhoud geven welke vragen op internet gesteld mogen worden. De wetgever creëert het kader voor de handhaving.
De wildgroei in zogenaamd koppelen van bestanden moet worden gestopt!